zaterdag 20 november 2021

De familie Gniep

 


Mijn naam is Sloofje en ik woon in de kelder bij Mevrouw Cleo en Professor Lodewijk. Ik bof heel erg dat zij mij geadopteerd hebben, want mijn moeder wilde mij niet hebben en in het weeshuis was er ook niemand die mij uitkoos. Dat komt omdat ik heel erg dom ben, zegt Mevrouw Cleo. Daar moet ik heel erg dankbaar voor zijn, dat zij mij hebben uitgekozen, maar zij kunnen natuurlijk niet de hele dag mijn domheid verdragen en daarom woon ik voornamelijk in de kelder. 

Om me toch wat te doen te geven mag ik het huis schoonmaken. "Dan ben je nog ergens goed voor," zegt Mevrouw Cleo. 


Een echte schoonmaker zou dit werk natuurlijk veel beter doen dan ik, maar Mevrouw Cleo is gelukkig heel verdraagzaam en zij laat mij het allemaal doen, zodat ik wat te doen heb. 


Iedere dag als Mevrouw en de Professor naar hun werk gaan, geven ze mij een lijstje met dingen die ik moet doen. Ik moet niet alleen schoonmaken hoor, ik moet ook heel veel leren van ze. 


Maar iets leren valt niet mee voor een dom persoon, want ik ben altijd alles heel gauw weer vergeten. En dan kan ik weer opnieuw beginnen. 

Iedere morgen krijg ik een kom met koude havermoutpap. En als ik heel erg mijn best heb gedaan en ze zijn tevreden over me, dan krijg ik ook wel eens warme pap. Of zelfs soep. Nou, je begrijpt dat ik altijd heel erg goed mijn best doe. 


Meestal moet ik buiten eten op het terras, omdat ik zo knoei. Anders is meteen de keuken weer vies. 

Als ik niet mijn best doe dan is de Professor boos op mij en dan moet ik hem helpen met zijn onderzoek als proefpersoon in zijn machines. Dat vind ik niet leuk, want soms doet het zeer en vaak word ik er heel naar van. 


Soms komt er een collega van de professor en dan mag ik meeëten aan tafel. Maar ik weet al wat er daarna gaat komen, dus dan zit ik niet echt op mijn gemak. Dat wordt weer nare dingen doen in het lab na de maaltijd. 


Ik mag niet naar buiten. Buiten is het gevaarlijk voor domme mensen, zegt Mevrouw Cleo. Ik heb het stiekem wel eens geprobeerd, toen ze een keer vergeten waren om de deur op slot te doen toen ze naar hun werk gingen. Ik ben toen naar het winkelcentrum gelopen. Maar ik had geen geld dus ik kon toch niets kopen. En alle andere mensen keken zo raar naar me, ik werd er bang van. Toen ben ik maar weer gauw terug naar huis gegaan, naar mijn veilige kelder. 


Maar soms voel ik me wel heel ongelukkig hoor. Ik heb helemaal geen vrienden, behalve natuurlijk de Professor en Mevrouw Cleo. Maar die hebben niet zo heel veel tijd voor mij. Stiekem droom ik wel eens dat ik een heel aardig persoon ontmoet en dat we dan samen in een huis gaan wonen. En dat ik dan niet meer dom ben. En dat we leuke kinderen krijgen en misschien wel een hond of een buitelrat. En dat ik daar voor mag zorgen. Maar dat zal wel nooit gebeuren. Wie wil mij nou hebben? 

Op een dag toen er niemand thuis was, ging ineens de bel. Ik kroop eerst in de kelder onder de dekens, maar het bellen hield maar niet op en toen heb ik diep adem gehaald en al mijn moed verzameld en ik ben de deur gaan opendoen. Er stond een dame met grijs haar. Ze zei dat ze de buurvrouw was, maar ik had haar nog nooit gezien. 


Ze vroeg of ik misschien een meisje had gezien, een meisje met een bruine huid en blonde vlechtjes. 


"Mijn lieve nichtje Olivia is vermist en ik ben zooo ongerust!" zei ze. Nou heb ik natuurlijk niemand gezien, want ik kom nooit ergens, maar ik heb beloofd om af en toe uit het raam te kijken. En misschien ga ik nog wel een keer naar het winkelcentrum, dat is wel heel eng, maar ik vind het zo zielig voor die vrouw dat ze haar nichtje kwijt is. Dat nichtje is vast niet zo dom als ik, dat ze haar zo mist. Ik wilde dat iemand zoveel van mij hield. Ik denk als ik vermist ben, dat Mevrouw Cleo en de Professor alleen maar opgelucht zullen zijn... 

De vrouw heet Olijfje en ze heeft me haar telefoonnummer gegeven. Ik hoop dat ik haar kan helpen, want dan vindt ze me vast heel aardig. 









Geen opmerkingen:

Een reactie posten